Vlaanderen met een rugzak vol ervaring inzake mobiliteit, maar toch…

In België blijft het mobiliteitsvraagstuk een moeilijke kwestie, blijkt nu ook met het nieuwe circulatieplan in Gent. In het buitenland loopt zulke initiatieven vaak een stuk eenvoudiger.

‘Dit is gewoon een bevlieging. Alles lijkt beter op reis. Wacht nog een maand en als je er dan nog steeds zo over denkt, zet het dan op papier.’ Zo verliep de discussie met mezelf, ondertussen een maand geleden.

Als fervent fietser en verkeerskundige in spe had ik al veel gehoord over het mobiliteitssprookje dat Kopenhagen heet. Ik wou wel eens aan den lijve ondervinden hoe het er in de fietshoofdstad van de wereld aan toe gaat. En waarom eens niet met de trein op reis? Veel tijd om te lezen en tegelijk eens kijken hoe onze buren hun openbaar vervoer op de rails zetten.

Na mijn verblijf spoorde ik na een deugddoende treinreis van 14 uur België terug binnen. En wat had je gedacht: vertraging. ‘Fietsdiefstal Ben Weyts gaat de wereld rond’, kopten de kranten. De batterij van mijn smartphone flirtte met de bedreigende 10 procentgrens. Ik bereidde me voor op het gevecht om één van de twee stopcontacten in mijn treinwagon. Het contrast met de afgelopen dagen kon niet groter zijn.

Stofzuigercultuur

Maar eerst op weg naar Denemarken. Bij mijn vertrek in Brussel-Zuid viel ik al meteen achterover. De zitplaatsen in mijn Duitse trein waren niet alleen de comfortabelste zetels die ik ooit gezien had, elk zitje had ook zijn eigen stopcontact. Alleen een Belg kijkt daar in 2017 nog van op. Eens we Duitsland binnenreden, bood de trein me gratis wifi aan. Mijn leeslijst maakte al vlug plaats voor mijn watchlist op Netflix.

Na een nachtje stappen in Kopenhagen ontwaakte ik in wat nog een droom leek. Metersbrede fietspaden die overspoeld werden door honderden fietsers. Functionele fietsbruggen, openbare fietspompen, fietssteunen bij verkeerslichten. Als overtuigd fietser overtrof dat mijn stoutste verwachtingen. Voor mensen uit de mobiliteitswereld trap ik hier wellicht een open deur in. En zelfs voor beleidsmakers is dit geen nieuws.

Cijfers zeggen alles en niets, maar 300 fietswinkels in een stad van 1 miljoen inwoners tonen wel aan waar het om draait.

Als buitenstaander is het echter allemaal moeilijk te vatten. Cijfers zeggen alles en niets, maar 300 fietswinkels in een stad van 1 miljoen inwoners tonen wel aan waar het om draait. Helemaal interessant wordt het als je daarover praat met de lokale bevolking. Zelf noemen ze het geen fietscultuur, het is gewoon de snelste manier om je te verplaatsen. ‘Iedereen heeft thuis een stofzuiger, maar je noemt dat toch geen stofzuigercultuur? De fiets is gewoon het beste instrument om ons leven gemakkelijker te maken.’

Ook het openbaar vervoer loopt er op wieltjes. Bus, trein, metro of zelfs een waterbus brengen je moeiteloos van de ene kant van de stad naar de andere. Het megalomane bouwproject van 17 nieuwe metrostations in het stadscentrum zorgde ervoor dat het aantal fietsers in een jaar tijd met 5 procent is gestegen. Samen blijven ze knagen aan de troon van koning auto, die met een aandeel van 20 procent aan belang blijft verliezen.

Egocentrisch beleid

Voor ik naar Kopenhagen vertrok, wist ik dat het bij ons anders moest. De ervaring leerde me dat het effectief ook anders kán. Van een landje als het onze zou je toch mogen verwachten dat het zijn blik verruimt en al het goede van rondom zich absorbeert en integreert? Het tegendeel is waar. Narcistisch blijven we naar onze eigen navel staren, hopend dat we het warm water zullen uitvinden. Wifi in de trein? Misschien moeten we dat eens onderzoeken. Rechtsaf door het rode verkeerslicht? Wat dacht je van een testopstelling? Meer mensen op de fiets krijgen? Met een sensibiliseringscampagne van twee weken lukt het vast wel. Filekampioen? Misschien kan meer beton een oplossing bieden.

Al die vragen zijn door anderen al gesteld en beantwoord. De oplossingen zijn voor ons op punt gesteld, de lessen geleerd. Noem het onervarenheid of jeugdig ongeduld, dat maakt me niet uit, maar waarom doen we er niets mee?

Mobiliteit is geen eenvoudig onderwerp, daar ben ik me van bewust. Met 11 miljoen verkeersdeskundigen in ons land vind je voor ieder voorstel altijd wel een tegenstem. Maar als we zelfs voor een afstand van 600 meter in de wagen stappen, is het tijd voor drastische keuzes. Als ik lees dat minister Weyts ‘denkt’ dat een kilometerheffing werkt en binnenkort een onderzoeksbureau zal aanstellen om dat te onderzoeken, begint het te kriebelen. In juli is onze minister van Mobiliteit drie jaar op post. De tijd van denken en onderzoeken zou nu toch voorbij mogen zijn.

Share via DeTijd.

Loading

Total
0
Shares
Geef een reactie
Related Posts